NEDERLANDS
🇳🇱

    Kapittelen

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het kapittel

      Zelfstandig naamwoord/ka'pɪtəl/

      enkelvoud

      kapittelkapitteltje

      meervoud

      kapittelenkapittelskapitteltjes
    • kapittelen

      Werkwoord/ka'pɪtələn; ka'pɪtələ/

      infinitief

      kapittelen

      tegenwoordige tijd

      kapittelkapitteltkapittelen

      verleden tijd

      kapitteldekapittelden

      tegenwoordig deelwoord

      kapittelendkapittelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren