NEDERLANDS
🇳🇱

    Karnen

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de karn

      Zelfstandig naamwoord/'kɑrn/

      enkelvoud

      karn

      meervoud

      karnen
    • karnen

      Werkwoord/'kɑrnən; 'kɑrnə/

      infinitief

      karnen

      tegenwoordige tijd

      karnkarntkarnen

      verleden tijd

      karndekarnden

      tegenwoordig deelwoord

      karnendkarnende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren