NEDERLANDS
🇳🇱

    Kauwen

    B1commonZipf 3.7

    vogel; het kauwen; werkwoord

    • de kauw

      Zelfstandig naamwoord/'kɔu/

      vogel

      enkelvoud

      kauwkauwtje

      meervoud

      kauwenkauwtjes
    • de kauw

      Zelfstandig naamwoord/'kɔu/

      het kauwen

      enkelvoud

      kauwkauwtje

      meervoud

      kauwenkauwtjes
    • kauwen

      Werkwoord/'kɔuwən; 'kɔuwə/

      infinitief

      kauwen

      tegenwoordige tijd

      kauwkauwtkauwen

      verleden tijd

      kauwdekauwden

      tegenwoordig deelwoord

      kauwendkauwende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.