NEDERLANDS
🇳🇱

    Ketter

    A2commonZipf 3.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de ketter

      Zelfstandig naamwoord/'kɛtər/

      enkelvoud

      ketter

      meervoud

      ketters
    • ketteren

      Werkwoord/'kɛtərən; 'kɛtərə/

      infinitief

      ketteren

      tegenwoordige tijd

      ketterkettertketteren

      verleden tijd

      ketterdeketterden

      tegenwoordig deelwoord

      ketterendketterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren