NEDERLANDS
🇳🇱

    Keur

    B1commonZipf 3.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de keur

      Zelfstandig naamwoord/'kør/

      meervoud

      keurtjeskeuren

      enkelvoud

      keurkeurtje
    • keuren

      Werkwoord/'kørən; 'kørə/

      infinitief

      keuren

      tegenwoordige tijd

      keurkeurtkeuren

      verleden tijd

      keurdekeurden

      tegenwoordig deelwoord

      keurendkeurende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.