NEDERLANDS
🇳🇱

    Kim

    top5000Zipf 4.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de kim

      Zelfstandig naamwoord/'kɪm/

      enkelvoud

      kim

      meervoud

      kimmen
    • kimmen

      Werkwoord/'kɪmən; 'kɪmə/

      infinitief

      kimmen

      tegenwoordige tijd

      kimkimtkimmen

      verleden tijd

      kimdekimden

      tegenwoordig deelwoord

      kimmendkimmende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.