NEDERLANDS
🇳🇱

    Klad

    uncommonZipf 2.2

    vlek; hoeveelheid; kladwerk; werkwoord

    • de klad

      Zelfstandig naamwoord/'klɑt/

      vlek; hoeveelheid

      enkelvoud

      kladkladje

      meervoud

      kladdenkladjes
    • het klad

      Zelfstandig naamwoord/'klɑt/

      kladwerk

      enkelvoud

      kladkladje

      meervoud

      kladjes
    • kladden

      Werkwoord/'klɑdən; 'klɑdə/

      infinitief

      kladden

      tegenwoordige tijd

      kladkladtkladden

      verleden tijd

      kladdekladden

      tegenwoordig deelwoord

      kladdendkladdende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren