NEDERLANDS
🇳🇱

    Klak

    uncommonZipf 2.4

    hoofddeksel; vlek; werkwoord

    • de klak

      Zelfstandig naamwoord/'klɑk/

      hoofddeksel

      enkelvoud

      klakklakje

      meervoud

      klakkenklakjes
    • de klak

      Zelfstandig naamwoord/'klɑk/

      vlek

      enkelvoud

      klakklakje

      meervoud

      klakkenklakjes
    • klakken

      Werkwoord/'klɑkən; 'klɑkə/

      infinitief

      klakken

      tegenwoordige tijd

      klakklaktklakken

      verleden tijd

      klakteklakten

      tegenwoordig deelwoord

      klakkendklakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren