NEDERLANDS
🇳🇱

    Kleinerend

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord; adjectief

    • kleineren

      Werkwoord/klɛɪ'nerən; klɛɪ'nerə/

      infinitief

      kleineren

      tegenwoordige tijd

      kleineerkleineertkleineren

      verleden tijd

      kleineerdekleineerden

      tegenwoordig deelwoord

      kleinerendkleinerende
    • kleinerend

      Bijvoeglijk naamwoord/klɛɪ'nerənt/

      stellende trap

      kleinerendkleinerendekleinerends

      vergrotende trap

      kleinerenderkleinerenderekleinerenders

      overtreffende trap

      kleinerendstkleinerendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren