NEDERLANDS
🇳🇱

    Kleuter

    B1commonZipf 3.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de kleuter

      Zelfstandig naamwoord/'kløtər/

      enkelvoud

      kleuterkleutertje

      meervoud

      kleuterskleutertjes
    • kleuteren

      Werkwoord/'kløtərən; 'kløtərə/

      infinitief

      kleuteren

      tegenwoordige tijd

      kleuterkleutertkleuteren

      verleden tijd

      kleuterdekleuterden

      tegenwoordig deelwoord

      kleuterendkleuterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren