NEDERLANDS
🇳🇱

    Klim

    top5000Zipf 4.0

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de klim

      Zelfstandig naamwoord/'klɪm/

      enkelvoud

      klimklimmetje

      meervoud

      klimmetjes
    • klimmen

      Werkwoord/'klɪmən; 'klɪmə/

      infinitief

      klimmen

      tegenwoordige tijd

      klimklimtklimmen

      verleden tijd

      klomklommen

      tegenwoordig deelwoord

      klimmendklimmende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.