NEDERLANDS
🇳🇱

    Klodder

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de klodder

      Zelfstandig naamwoord/'klɔdər/

      enkelvoud

      klodderkloddertje

      meervoud

      klodderskloddertjes
    • klodderen

      Werkwoord/'klɔdərən; 'klɔdərə/

      infinitief

      klodderen

      tegenwoordige tijd

      klodderkloddertklodderen

      verleden tijd

      klodderdeklodderden

      tegenwoordig deelwoord

      klodderendklodderende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.