NEDERLANDS
🇳🇱

    Klunzen

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de kluns

      Zelfstandig naamwoord/'klʏns/

      enkelvoud

      kluns

      meervoud

      klunzen
    • klunzen

      Werkwoord/'klʏnzən; 'klʏnzə/

      infinitief

      klunzen

      tegenwoordige tijd

      klunsklunstklunzen

      verleden tijd

      klunsdeklunsden

      tegenwoordig deelwoord

      klunzendklunzende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren