NEDERLANDS
🇳🇱

    Knal

    top5000Zipf 4.2

    werkwoord; adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • knallen

      Werkwoord/'knɑlən; 'knɑlə/

      infinitief

      knallen

      tegenwoordige tijd

      knalknaltknallen

      verleden tijd

      knaldeknalden

      tegenwoordig deelwoord

      knallendknallende
    • knal

      Bijvoeglijk naamwoord/'knɑl/

      stellende trap

      knal
    • de knal

      Zelfstandig naamwoord/'knɑl/

      enkelvoud

      knalknalletje

      meervoud

      knallenknalletjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.