NEDERLANDS
🇳🇱

    Knipperend

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • knipperen

      Werkwoord/'knɪpərən; 'knɪpərə/

      infinitief

      knipperen

      tegenwoordige tijd

      knipperknippertknipperen

      verleden tijd

      knipperdeknipperden

      tegenwoordig deelwoord

      knipperendknipperende
    • knipperend

      Bijvoeglijk naamwoord/'knɪpərənt/

      stellende trap

      knipperendknipperendeknipperends

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren