NEDERLANDS
🇳🇱

    Knok

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • knokken

      Werkwoord/'knɔkən; 'knɔkə/

      gebiedende wijs

      knok

      infinitief

      knokken

      tegenwoordige tijd

      knokknoktknokken

      verleden tijd

      knokteknokten
    • de knok

      Zelfstandig naamwoord/'knɔk/

      enkelvoud

      knokknokje

      meervoud

      knokkenknokjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren