NEDERLANDS
🇳🇱

    Knorrende

    uncommonZipf 2.1

    adjectief; werkwoord

    • knorrend

      Bijvoeglijk naamwoord/'knɔrənt/

      stellende trap

      knorrendknorrendeknorrends
    • knorren

      Werkwoord/'knɔrən; 'knɔrə/

      infinitief

      knorren

      tegenwoordige tijd

      knorknortknorren

      verleden tijd

      knordeknorden

      tegenwoordig deelwoord

      knorrendknorrende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren