NEDERLANDS
🇳🇱

    Koerier

    B1commonZipf 3.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de koerier

      Zelfstandig naamwoord/ku'rir/

      enkelvoud

      koerierkoeriertje

      meervoud

      koerierskoeriertjes
    • koerieren

      Werkwoord/ku'rirən; ku'rirə/

      infinitief

      koerieren

      tegenwoordige tijd

      koerierkoeriertkoerieren

      verleden tijd

      koerierdekoerierden

      tegenwoordig deelwoord

      koerierendkoerierende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.