NEDERLANDS
🇳🇱

    Kok

    A2top5000Zipf 4.1

    persoon; bacterie; haan

    • de kok

      Zelfstandig naamwoord/'kɔk/

      persoon

      enkelvoud

      kokkokjekokkie

      meervoud

      kokskokjeskokkies
    • de kok

      Zelfstandig naamwoord/'kɔk/

      bacterie

      enkelvoud

      kokkokje

      meervoud

      kokkenkokjes
    • de kok

      Zelfstandig naamwoord/'kɔk/

      haan

      enkelvoud

      kokkokje

      meervoud

      kokkenkokjes
    • kokken

      Werkwoord/'kɔkən; 'kɔkə/

      infinitief

      kokken

      tegenwoordige tijd

      kokkoktkokken

      verleden tijd

      koktekokten

      tegenwoordig deelwoord

      kokkendkokkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.