NEDERLANDS
🇳🇱

    Kolk

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de kolk

      Zelfstandig naamwoord/'kɔlk/

      enkelvoud

      kolkkolkje

      meervoud

      kolkenkolkjes
    • kolken

      Werkwoord/'kɔlkən; 'kɔlkə/

      infinitief

      kolken

      tegenwoordige tijd

      kolkkolktkolken

      verleden tijd

      kolktekolkten

      tegenwoordig deelwoord

      kolkendkolkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren