NEDERLANDS
🇳🇱

    Kookten

    uncommonZipf 2.4

    eten bereiden; kookpunt bereiken; stuiken

    • koken

      Werkwoord/'kokən; 'kokə/

      eten bereiden; kookpunt bereiken

      infinitief

      koken

      tegenwoordige tijd

      kookkooktkoken

      verleden tijd

      kooktekookten

      tegenwoordig deelwoord

      kokendkokende
    • koken

      Werkwoord/'kokən; 'kokə/

      stuiken

      infinitief

      koken

      tegenwoordige tijd

      kookkooktkoken

      verleden tijd

      kooktekookten

      tegenwoordig deelwoord

      kokendkokende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren