Krak
uncommonZipf 2.3
tussenwerpsel; oud voorwerp of dier; verachtelijk persoon; geluid; barst
krak
Tussenwerpsel/'krɑk/~
krakde krak
Zelfstandig naamwoord/'krɑk/oud voorwerp of dier; verachtelijk persoon
enkelvoud
krakkrakjemeervoud
krakkenkrakjesde krak
Zelfstandig naamwoord/'krɑk/geluid; barst
enkelvoud
krakkrakjemeervoud
krakkenkrakjesde krak
Zelfstandig naamwoord/'krɑk/krakeend
enkelvoud
krakkrakjemeervoud
krakkenkrakjeskrakken
Werkwoord/'krɑkən; 'krɑkə/infinitief
krakkentegenwoordige tijd
krakkraktkrakkenverleden tijd
kraktekraktentegenwoordig deelwoord
krakkendkrakkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.