NEDERLANDS
🇳🇱

    Krammen

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de kram

      Zelfstandig naamwoord/'krɑm/

      enkelvoud

      kramkrammetje

      meervoud

      krammenkrammetjes
    • krammen

      Werkwoord/'krɑmən; 'krɑmə/

      infinitief

      krammen

      tegenwoordige tijd

      kramkramtkrammen

      verleden tijd

      kramdekramden

      tegenwoordig deelwoord

      krammendkrammende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren