Kransen
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de krans
Zelfstandig naamwoord/'krɑns/enkelvoud
kranskransjemeervoud
kransenkransjeskransen
Werkwoord/'krɑnsən; 'krɑnsə/infinitief
kransentegenwoordige tijd
kranskranstkransenverleden tijd
kranstekranstentegenwoordig deelwoord
kransendkransende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.