NEDERLANDS
🇳🇱

    Kreupelen

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de kreupele

      Zelfstandig naamwoord/'krøpələ/

      enkelvoud

      kreupele

      meervoud

      kreupelen
    • kreupelen

      Werkwoord/'krøpələn; 'krøpələ/

      infinitief

      kreupelen

      tegenwoordige tijd

      kreupelkreupeltkreupelen

      verleden tijd

      kreupeldekreupelden

      tegenwoordig deelwoord

      kreupelendkreupelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.