NEDERLANDS
🇳🇱

    Krijs

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • krijsen

      Werkwoord/'krɛɪsən; 'krɛɪsə/

      infinitief

      krijsen

      tegenwoordige tijd

      krijskrijstkrijsen

      verleden tijd

      krijstekrijsten

      tegenwoordig deelwoord

      krijsendkrijsende
    • de krijs

      Zelfstandig naamwoord/'krɛɪs/

      enkelvoud

      krijs

      meervoud

      krijsen

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren