Kruk
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de kruk
Zelfstandig naamwoord/'krʏk/enkelvoud
krukkrukjemeervoud
krukkenkrukjeskrukken
Werkwoord/'krʏkən; 'krʏkə/infinitief
krukkentegenwoordige tijd
krukkruktkrukkenverleden tijd
kruktekruktentegenwoordig deelwoord
krukkendkrukkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.