Kurken
uncommonZipf 2.2
werkwoord; adjectief; voorwerp
kurken
Werkwoord/'kʏrkən; 'kʏrkə/infinitief
kurkentegenwoordige tijd
kurkkurktkurkenverleden tijd
kurktekurktentegenwoordig deelwoord
kurkendkurkendekurken
Bijvoeglijk naamwoord/'kʏrkən; 'kʏrk/stellende trap
kurkende kurk
Zelfstandig naamwoord/'kʏrk/voorwerp
enkelvoud
kurkkurkjemeervoud
kurkenkurkjes
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.