NEDERLANDS
🇳🇱

    Kwispelt

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • kwispelen

      Werkwoord/'kwɪspələn; 'kwɪspələ/

      infinitief

      kwispelen

      tegenwoordige tijd

      kwispelkwispeltkwispelen

      verleden tijd

      kwispeldekwispelden

      tegenwoordig deelwoord

      kwispelendkwispelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren