NEDERLANDS
🇳🇱

    Lauwer

    uncommonZipf 1.8

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • lauw

      Bijvoeglijk naamwoord/'lɔu/

      stellende trap

      lauwlauwelauws

      vergrotende trap

      lauwerlauwerelauwers

      overtreffende trap

      lauwstlauwste
    • de lauwer

      Zelfstandig naamwoord/'lɔuwər/

      enkelvoud

      lauwer

      meervoud

      lauweren
    • lauweren

      Werkwoord/'lɔuwərən; 'lɔuwərə/

      infinitief

      lauweren

      tegenwoordige tijd

      lauwerlauwertlauweren

      verleden tijd

      lauwerdelauwerden

      tegenwoordig deelwoord

      lauwerendlauwerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren