NEDERLANDS
🇳🇱

    Lekkerbek

    A2uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de lekkerbek

      Zelfstandig naamwoord/'lɛkərbɛk/

      enkelvoud

      lekkerbeklekkerbekje

      meervoud

      lekkerbekkenlekkerbekjes
    • lekkerbekken

      Werkwoord/'lɛkərbɛkən; 'lɛkərbɛkə/

      infinitief

      lekkerbekken

      tegenwoordige tijd

      lekkerbeklekkerbektlekkerbekken

      verleden tijd

      lekkerbektelekkerbekten

      tegenwoordig deelwoord

      lekkerbekkendlekkerbekkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.