Lenzend
lens
Bijvoeglijk naamwoordplat of hol gebogen
- met weinig vet of olie bereid of gemaaktDeze groenten zijn lens gebakken.
- met weinig geld of middelen, zuinigHij leeft lens omdat hij studeert.
delens
Zelfstandig naamwoordoptisch voorwerp van glas
- doorzichtig voorwerp dat lichtstralen breekt, gebruikt in brillen of camera'sDe lens van mijn bril is gebroken.
- platte, ronde peulvrucht die als voedsel dientDe lens is een gezonde peulvrucht.
delens
Zelfstandig naamwoordsoort peulvrucht
- doorzichtig voorwerp dat lichtstralen breekt of bundeltDe lens van mijn bril is gebroken.
- platte, ronde peulvrucht die als groente wordt gegetenIk eet graag een bord linzensoep in de winter.
delens
Zelfstandig naamwoordoogcontactlens
- platte, ronde peulvrucht die als voedsel dientDe lens is een gezonde peulvrucht.
- glas in een bril of optisch instrument dat licht breektDe lens van mijn bril is gebroken.
delens
Zelfstandig naamwoordwaterlaag op schip
- deel van een touw of kabel dat een lus vormtDe lens in het touw is stevig vastgemaakt.
lenzen
Werkwoordcontactlenzen dragen
- contactlenzen dragen of gebruiken in plaats van een brilIk draag lenzen omdat ik geen bril wil.
- met lenzen fotograferen of filmenIk lenste de zonsondergang met mijn nieuwe camera.
lensen
Werkwoordwater wegpompen
- water uit een schip of ruimte verwijderen met een pomp of emmerDe bemanning lenst het water uit de boot.
- (van een schip) snel wegvaren, vaak om te vluchtenHet schip lenst snel weg van de haven.