Lichten
lichten
Werkwoordlicht geven of schijnen
- licht geven, schijnen of glinsterenDe sterren lichten.
lichten
Werkwoordomhoog tillen of legen
- iets omhoog tillen van zijn plaatsWij lichtten samen het anker.
- de inhoud van een bak of bus leeghalenDe brievenbus is gelicht.
hetlicht
Zelfstandig naamwoordschijnsel of lamp
- schijnsel dat dingen zichtbaar maaktHet licht is uit.
- lamp of toestel dat licht geeftAlle lichten zijn aan.