NEDERLANDS
🇳🇱

    Loef

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de loef

      Zelfstandig naamwoord/'luf/

      enkelvoud

      loefloefje

      meervoud

      loevenloefjes
    • loeven

      Werkwoord/'luvən; 'luvə/

      infinitief

      loeven

      tegenwoordige tijd

      loefloeftloeven

      verleden tijd

      loefdeloefden

      tegenwoordig deelwoord

      loevendloevende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren