NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Los(de)
    Zelfstandig naamwoordlot in loterij
  • 22Lossen
    Werkwoordafladen of oplossen
  • 33Los
    Bijvoeglijk naamwoordniet vast

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Los(de)
    Zelfstandig naamwoordlot in loterij
  • 22Lossen
    Werkwoordafladen of oplossen
  • 33Los
    Bijvoeglijk naamwoordniet vast
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Los
WoordenboekLos

Los

  • delos

    Zelfstandig naamwoord

    lot in loterij

    1. een briefje als bewijs van deelname aan een loterijHij verkocht lossen op de kermis.
  • lossen

    Werkwoord

    afladen of oplossen

    1. goederen van een voertuig of schip afhalenIk los de boodschappen even uit de auto.
    2. een raadsel of probleem oplossenSamen losten we het hele raadsel in een uur.
    3. een schot afvuren met een vuurwapenDe soldaat loste drie schoten.
  • los

    Bijvoeglijk naamwoord

    niet vast

    1. niet vastzittend of niet bevestigdMijn schoenveter is los.
    2. afzonderlijk of op zichzelf staandEr liggen nog wat losse papieren op het bureau.
    3. los van: afgezien van, onafhankelijk vanLos van het weer wordt het sowieso een leuke dag.

Blijf leren

Meer A2-woordenOefenen