NEDERLANDS
🇳🇱

    Losweken

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • losweken

      Werkwoord/'lɔswekən; 'lɔswekə/

      infinitief

      losweken

      tegenwoordige tijd

      week loslosweekweekt loslosweektweken loslosweken

      verleden tijd

      weekte loslosweekteweekten loslosweekten

      tegenwoordig deelwoord

      loswekendloswekende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren