NEDERLANDS
🇳🇱

    Loszit

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • loszitten

      Werkwoord/'lɔsɪtən; 'lɔsɪtə/

      infinitief

      loszitten

      tegenwoordige tijd

      zit losloszitzitten losloszitten

      verleden tijd

      zat losloszatzaten losloszaten

      tegenwoordig deelwoord

      loszittendloszittende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren