Mank
A2commonZipf 3.4
adjectief; werkwoord
mank
Bijvoeglijk naamwoord/'mɑŋk/stellende trap
mankmankemanksvergrotende trap
mankermankeremankersovertreffende trap
mankstmankstemanken
Werkwoord/'mɑŋkən; 'mɑŋkə/infinitief
mankentegenwoordige tijd
mankmanktmankenverleden tijd
manktemanktentegenwoordig deelwoord
mankendmankende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.