NEDERLANDS
🇳🇱

    Mank

    A2commonZipf 3.4

    adjectief; werkwoord

    • mank

      Bijvoeglijk naamwoord/'mɑŋk/

      stellende trap

      mankmankemanks

      vergrotende trap

      mankermankeremankers

      overtreffende trap

      mankstmankste
    • manken

      Werkwoord/'mɑŋkən; 'mɑŋkə/

      infinitief

      manken

      tegenwoordige tijd

      mankmanktmanken

      verleden tijd

      manktemankten

      tegenwoordig deelwoord

      mankendmankende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.