NEDERLANDS
🇳🇱

    Marmeren

    B1commonZipf 3.1

    adjectief; werkwoord

    • marmeren

      Bijvoeglijk naamwoord/'mɑrmərən; 'mɑrmərə/

      stellende trap

      marmeren
    • marmeren

      Werkwoord/'mɑrmərən; 'mɑrmərə/

      infinitief

      marmeren

      tegenwoordige tijd

      marmermarmertmarmeren

      verleden tijd

      marmerdemarmerden

      tegenwoordig deelwoord

      marmerendmarmerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.