NEDERLANDS
🇳🇱

    Maskeren

    A2uncommonZipf 2.6

    verhullen; met een masker bedekken

    • maskeren

      Werkwoord/mɑs'kerən; mɑs'kerə/

      verhullen

      infinitief

      maskeren

      tegenwoordige tijd

      maskeermaskeertmaskeren

      verleden tijd

      maskeerdemaskeerden

      tegenwoordig deelwoord

      maskerendmaskerende
    • maskeren

      Werkwoord/mɑs'kerən; mɑs'kerə/

      met een masker bedekken

      infinitief

      maskeren

      tegenwoordige tijd

      maskermaskertmaskeren

      verleden tijd

      maskerdemaskerden

      tegenwoordig deelwoord

      maskerendmaskerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.