NEDERLANDS
🇳🇱

    Mat

    A2commonZipf 3.6

    schaakmat; uitgeput; geldstuk; klonter

    • mat

      Bijvoeglijk naamwoord/'mɑt/

      schaakmat; uitgeput

      stellende trap

      mat
    • de mat

      Zelfstandig naamwoord/'mɑt/

      geldstuk

      enkelvoud

      matmatje

      meervoud

      mattenmatjes
    • de mat

      Zelfstandig naamwoord/'mɑt/

      klonter

      enkelvoud

      matmatje

      meervoud

      mattenmatjes
    • de mat

      Zelfstandig naamwoord/'mɑt/

      kleed

      enkelvoud

      matmatje

      meervoud

      mattenmatjes
    • het mat

      Zelfstandig naamwoord/'mɑt/

      schaakmat

      enkelvoud

      mat

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren