NEDERLANDS
🇳🇱

    Matse

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • matsen

      Werkwoord/'mɑtsən; 'mɑtsə/

      infinitief

      matsen

      tegenwoordige tijd

      matsmatstmatsen

      verleden tijd

      matstematsten

      tegenwoordig deelwoord

      matsendmatsende
    • de matse

      Zelfstandig naamwoord/'mɑtsə/

      enkelvoud

      matse

      meervoud

      matses

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren