NEDERLANDS
🇳🇱

    Mazzel

    top5000Zipf 4.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de mazzel

      Zelfstandig naamwoord/'mɑzəl/

      enkelvoud

      mazzelmazzeltje

      meervoud

      mazzelsmazzeltjes
    • mazzelen

      Werkwoord/'mɑzələn; 'mɑzələ/

      infinitief

      mazzelen

      tegenwoordige tijd

      mazzelmazzeltmazzelen

      verleden tijd

      mazzeldemazzelden

      tegenwoordig deelwoord

      mazzelendmazzelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.