NEDERLANDS
🇳🇱

    Meekrijgen

    B1uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • meekrijgen

      Werkwoord/'mekrɛɪɣən; 'mekrɛɪɣə/

      infinitief

      meekrijgen

      tegenwoordige tijd

      krijg meemeekrijgkrijgt meemeekrijgtkrijgen meemeekrijgen

      verleden tijd

      kreeg meemeekreegkregen meemeekregen

      tegenwoordig deelwoord

      meekrijgendmeekrijgende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.