NEDERLANDS
🇳🇱

    Meelevende

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • meeleven

      Werkwoord/'melevən; 'melevə/

      infinitief

      meeleven

      tegenwoordige tijd

      leef meemeeleefleeft meemeeleeftleven meemeeleven

      verleden tijd

      leefde meemeeleefdeleefden meemeeleefden

      tegenwoordig deelwoord

      meelevendmeelevende
    • meelevend

      Bijvoeglijk naamwoord/'melevənt; me'levənt/

      stellende trap

      meelevendmeelevendemeelevends

      vergrotende trap

      meelevendermeelevenderemeelevenders

      overtreffende trap

      meelevendstmeelevendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren