NEDERLANDS
🇳🇱

    Meeviel

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • meevallen

      Werkwoord/'mevɑlən; 'mevɑlə/

      infinitief

      meevallen

      tegenwoordige tijd

      val meemeevalvalt meemeevaltvallen meemeevallen

      verleden tijd

      viel meemeevielvielen meemeevielen

      tegenwoordig deelwoord

      meevallendmeevallende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren