NEDERLANDS
🇳🇱

    Meubel

    A2uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het meubel

      Zelfstandig naamwoord/'møbəl/

      enkelvoud

      meubelmeubeltje

      meervoud

      meubelenmeubelsmeubeltjes
    • meubelen

      Werkwoord/'møbələn; 'møbələ/

      infinitief

      meubelen

      tegenwoordige tijd

      meubelmeubeltmeubelen

      verleden tijd

      meubeldemeubelden

      tegenwoordig deelwoord

      meubelendmeubelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.