NEDERLANDS
🇳🇱

    Mix

    B1commonZipf 3.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de mix

      Zelfstandig naamwoord/'mɪks/

      enkelvoud

      mixmixje

      meervoud

      mixenmixesmixjes
    • mixen

      Werkwoord/'mɪksən; 'mɪksə/

      infinitief

      mixen

      tegenwoordige tijd

      mixmixtmixen

      verleden tijd

      mixtemixten

      tegenwoordig deelwoord

      mixendmixende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.