Mountainbike
A2uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de mountainbike
Zelfstandig naamwoord/'mɔuntənbɑjk/enkelvoud
mountainbikemountainbikejemeervoud
mountainbikesmountainbikejesmountainbiken
Werkwoord/'mɔuntənbɑjkən; 'mɔuntənbɑjkə/infinitief
mountainbikentegenwoordige tijd
mountainbikemountainbiketmountainbikenverleden tijd
mountainbiketemountainbiketentegenwoordig deelwoord
mountainbikendmountainbikende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.