NEDERLANDS
🇳🇱

    Mountainbike

    A2uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de mountainbike

      Zelfstandig naamwoord/'mɔuntənbɑjk/

      enkelvoud

      mountainbikemountainbikeje

      meervoud

      mountainbikesmountainbikejes
    • mountainbiken

      Werkwoord/'mɔuntənbɑjkən; 'mɔuntənbɑjkə/

      infinitief

      mountainbiken

      tegenwoordige tijd

      mountainbikemountainbiketmountainbiken

      verleden tijd

      mountainbiketemountainbiketen

      tegenwoordig deelwoord

      mountainbikendmountainbikende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.