NEDERLANDS
🇳🇱

    Muiten

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; rebelleren

    • de muit

      Zelfstandig naamwoord/'mœyt/

      enkelvoud

      muit

      meervoud

      muiten
    • de muite

      Zelfstandig naamwoord/'mœytə/

      enkelvoud

      muite

      meervoud

      muiten
    • muiten

      Werkwoord/'mœytən; 'mœytə/

      rebelleren

      infinitief

      muiten

      tegenwoordige tijd

      muitmuiten

      verleden tijd

      muittemuitten

      tegenwoordig deelwoord

      muitendmuitende
    • muiten

      Werkwoord/'mœytən; 'mœytə/

      ruien

      infinitief

      muiten

      tegenwoordige tijd

      muitmuiten

      verleden tijd

      muittemuitten

      tegenwoordig deelwoord

      muitendmuitende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.